fbpx

Brief aan de graaf van Rekem: “U zou volgens mij de hele muur omleggen”

11
In gesprek met enkele buurtbewoners aan de opengebroken stadsmuur van Oud-Rekem. (Foto: Mine Dalemans)

Geachte heer Ferdinand d’Aspremont-Lynden,

U kent mij niet, maar ik u wel. Niet alleen van naam, maar ik heb de laatste jaren veel over u gelezen. Vandaag schreef ik een artikel in de lokale krant over één van uw verwezenlijkingen, lang geleden uitgevoerd in het rijksgraafschap Rekem. Weet u nog?

De mensen in uw voormalige Rekem zijn boos, mijnheer, want aannemers hebben een stuk uit uw muur gekapt. Het gaat om de stadsmuur die u zelf liet aanleggen, de muur van 1638.

Ja, echt waar, een deel daarvan stond nog steeds overeind, ook al was het merendeel al afgebroken in 1836.

De restjes muren die uw vader en jij lieten optrekken, betekenen nog steeds veel voor inwoners van Rekem. Er komen zelfs mensen van heinde en ver naar kijken om er foto’s van te maken. Oorlog kennen we al lang niet meer in Rekem, dus als verdedigingswerk hebben we er niets aan, maar het hoort bij het dorp, zegt men hier.

Waarom de mensen dan boos zijn? Op het oude kerkhof waar ook een klooster lag vlak aan de Groenplaats worden tientallen woningen gebouwd, en opdat die nieuwe bewoners niet té fel ingesloten zouden zitten achter uw muur, kapten ze een stuk open zodat men er met de fiets doorkan. De fiets, dat ken je niet.

(Lees verder onder de foto)

Het ‘gat’ van Oud-Rekem. Foto: Mine Dalemans.

Vandaag in 2022 heeft men geleerd oude gebouwen uit uw tijd te koesteren, alleen is men dat in het ‘mooiste dorp van Vlaanderen’ even vergeten, zeggen de mensen.

Sommigen roepen dat ‘die rijke projectontwikkelaars met geld gooien en zo veel meer gedaan krijgen en de wetten kunnen omzeilen‘. ‘Sjoemelaars, foetelaars, valsspelers‘, roepen ze.

Die projectontwikkelaars gooien inderdaad met geld, maar het is klein bier vergeleken met hoe jij dat kon, mijnheer Ferdinand. Jij bouwde het halve dorp in enkele jaren tijd! De Ucoverpoort, de rentmeesterswoning, de drossaardswoning en de stadsmuren uit 1638 schoten als paddenstoelen uit de grond en je gaf bàkken geld uit. Honderden – nee, duizenden! – muntstukken die je zélf liet drukken met een te laag percentage zilver in zodat je een pak winst maakte.

U een sjoemelaar noemen, zou onbeleefd zijn van mijn kant, maar goed gevonden was het zeker wel! En zéker omdat uw munten zó goed waren gekopieerd – of vervalst – dat de analfabete dorpelingen het verschil niet eens merkten. Goed gevonden, zéker wel!

Mag ik u nog één eerlijke vraag stellen? Als u vandaag zou leven, wat zou jij denken van zo’n megalomaan woonproject in hartje Rekem? In úw Rekem! Dat uw verdedigingsmuur aan stukken zou geklopt worden om het wooncomfort te verhogen?

Ik ga een gokje wagen …. Uw familie kennende zou de volledig muur laten slopen, kwestie van één rijtje appartementen meer te kunnen bouwen. Maar wie zal het met zekerheid zeggen?

Men zegt dat ze de doorgang netjes gaan afwerken en als er een bankje met wat groen vlakbij ligt, men er mogelijk van zal genieten ook.

Ik laat u zéker weten hoe het uiteindelijk afloopt, met uw muur, maar ik vermoed dat de Rekemenaren geen andere keuze hebben dan zich neer te leggen bij de ingreep van hogerhand. Dat was in 1638 al zo, en zal in 2022 ongetwijfeld ook zijn.

Tot schrijfs!

Marco

LEES OOK

Waarom Rekem een Maasdorp is met een écht Maaskasteel

Waarom Leut niks met Opgrimbie heeft… en Uikhoven wèl iets met Rekem

Over de auteur

Marco Mariotti (30) groeit op in Maasmechelen en is als kind gebeten door geschiedenis, aardrijkskunde en natuur. Op zijn 22ste wordt hij journalist in Limburg, aan informatie geraakt hij bijna verslaafd. Lokale geschiedenis boeit hem altijd al, maar pas in 2017 slaat de vonk over als in Eisden-Dorp archeologische resten worden ontdekt bij werken op het Vrijthof.
1 Antwoord

Laat een opmerking achter

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Gerelateerde verhalen